Ga naar de inhoud
Home » Den Haagtempel » Symboliek » Boom des levens

Boom des levens

Copyright © Robert A. Boyd Fine Art

Hof van Eden

In het scheppingsverslag van het Oude Testament lezen we dat de Heer “de boom des levens in het midden van de hof” van Eden plaatste “benevens de boom der kennis van goed en kwaad” (Genesis 2:9).

Uit Lehi’s droom leren we dat de boom des levens de liefde van God voorstelt die zich door Christus’ verzoening openbaart. De vruchten van deze boom zijn op hun beurt een zinnebeeld van het eeuwige leven dat de grootste van al Gods gaven wordt genoemd (1 Nephi 8; 11:21–22, 25; 15:36).

Na de val werd Adam uit de hof verdreven en stelde de Heer “ten oosten van de hof van Eden de Cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken” (Genesis 3:24).

De tempel is de plaats waar wij symbolisch terugkeren naar de boom des levens. Door heilige verordeningen en verbonden worden wij voorbereid om eens van haar vruchten te mogen eten, als zinnebeeld van het eeuwige leven.

De Menora

Aangezien de hof van Eden een prototype voor latere tempelbouw is, gebood de Heer Mozes bij de bouw van de tabernakel: “Gij zult een kandelaar van louter goud maken, van gedreven werk zal de kandelaar gemaakt worden, het voetstuk zowel als de schacht; de bloemkelken, met knoppen en bloesems, zullen daarmee één geheel vormen” (Exodus 25:31).

De menora, of zevenarmige kandelaar, vormt een symbolische weergave van de boom des levens. Dat de menora het uiterlijk van een boom moest hebben, wordt duidelijk uit de gedetailleerde omschrijving die de Heer gaf. De armen van de kandelaar lijken op de takken van een boom. De “bloemkelken, met knoppen en bloesems” benadrukken de levenskracht van de boom.

Ook in de glas-in-loodramen van de Den Haagtempel herkennen we een symbolische voortzetting van de boom des levens en de menora. Doordat het zonlicht door de ramen de tempel verlicht, fungeert deze gestileerde boom des levens op treffende wijze als een menora. Volgens een oude bron had de tempel van Herodes geen ramen om zonlicht binnen te laten, maar juist om het goddelijke licht dat zich in de tempel bevond naar buiten te laten schijnen, de wereld in (zie Pesikta de-Rav Kahana Pisqa 21:5; Exodus Rabbah 36:1).

Evenals de menora worden ook de heiligen opgeroepen hun licht brandende te houden, zodat zij eens kunnen terugkeren in Gods tegenwoordigheid. Zij wandelen immers door het licht van de Heilige Geest “in nieuwheid des levens” (Romeinen 6:4).

Google Translator »