Driedeling

De voorhof, het heilige en het heilige der heiligen

De architectuur van hedendaagse tempels heeft uiteraard veel gemeen met tempels in oud- en nieuwtestamentische tijden. 

Alle tempels beschikken bijvoorbeeld over een soort driedeling vergelijkbaar met de voorhof, het heilige en het heilige der heiligen van de tabernakel die Mozes in opdracht van God bouwde in de woestijn. Deze zones namen in heiligheid toe waarbij de Heer specifieke voorwaarden stelde om een bepaald gedeelte te mogen betreden.

Deze driedeling ziet men ook terug als men de lengteverhouding aan de voorzijde van de Den Haag tempel bekijkt waarbij éénderde zich links van de ingang bevindt en de andere tweederde rechts van de ingang.

Tevens wordt deze driedeling weerspiegeld in de ramen die telkens per drie gegroepeerd zijn, de drie decoratieve cirkels die zich boven de ramen bevinden en de drietrapstoren waar de engel Moroni op staat.

Symbool van de koninkrijken van heerlijkheid

Deze driedeling is onder meer symbolisch voor de drie koninkrijken van heerlijkheid zoals omschreven in afdeling 76 van de Leer en Verbonden: het telestiale koninkrijk, het terrestriale koninkrijk en het celestiale koninkrijk.

De apostel Paulus vergeleek deze verschillende graden van heerlijkheid met de glans van de sterren, de maan en de zon toen hij over de verschillende soorten opgestane lichamen sprak (1 Korintiërs 15:35-42). 

Symbool van de Godheid

Bovendien is dit repetitieve driedelingspatroon een afspiegeling van de drie leden van de Godheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest (1e Geloofsartikel).

Elk van Hen presideert één van de drie koninkrijken van heerlijkheid zoals in de Leer en Verbonden uitgelegd wordt:

“En voorts zagen wij de terrestriale wereld, en zie, ja, zie, dezen zijn het die van het terrestriale zijn, van wie de heerlijkheid verschilt van die van de kerk van de Eerstgeborene, waarvan de leden de volheid van de Vader hebben ontvangen, ja, zoals de maan verschilt van de zon aan het uitspansel… Dezen zijn het die van de tegenwoordigheid van de Zoon ontvangen, maar niet van de volheid van de Vader” (Leer en Verbonden 76:71, 77).

“En voorts zagen wij de heerlijkheid van het telestiale, welke heerlijkheid die van een lagere orde is, zoals de heerlijkheid van de sterren verschilt van de heerlijkheid van de maan aan het uitspansel… Dezen zijn het die in de eeuwige wereld niet van zijn volheid ontvangen, maar van de Heilige Geest door de bediening van de terrestrialen… maar waar God en Christus wonen, kunnen zij niet komen, van eeuwigheid tot eeuwigheid” (Leer en Verbonden 76:81, 86, 112).