Fontein

Fontein

De woorden fontein en vont komen beide van het Latijnse woord ‘fons’ (2e nv. ‘fontis’) dat bron betekent.

Als we met dit gegeven de hof van Eden als prototype van de tempel in gedachte nemen kunnen we de symboliek van de doopvont beter begrijpen. En in het geval van de Den Haag tempel ook de fontein en vijver die zich als een soort voortvloeisel daarvan buiten aan de voorzijde bevinden. 

In Genesis lezen we: “Er ontsprong in Eden een rivier om de hof te bevochtigen, en daar splitste zij zich in vier stromen” (Genesis 2:10).

Symbool van het levende water

Dit heilige bronwater dat na Gods schepping de hof en dus ook de boom des levens bevochtigde doet ons denken aan Christus bij een andere bron.

Jezus zei tegen de Samaritaanse vrouw: “Wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden tot een fontein van water, dat springt ten eeuwigen leven” (Johannes 4:14). Dit levende water ontvangt men in zijn meest zuivere vorm in Zijn heilig huis. Bovendien schept het doopwater dat zich als een bron onderin de tempel bevindt nieuw leven na een zondig verleden voor alle overledenen die daar plaatsvervangend gedoopt worden (Obadja 1:21; 1 Korinthe 15:29) en de evangelieboodschap in de geestenwereld aanvaard hebben (1 Petrus 4:6). 

In het Oude Testament zag de profeet Ezechiël de tempel die ooit op de berg Zion in Jeruzalem gebouwd zal worden. Toen de tempel klaar was werd Ezechiël in visioen naar de oostelijke ingang gebracht en “er stroomde water onder de drempel van het huis uit, oostwaarts, want de voorzijde van het huis was op het oosten” (Ezechiël 47:1). De waterbeek stroomde vervolgens in oostelijke richting door de wildernis van Judea en eindigde uiteindelijk in de Dode Zee die weer gezond werd. In vers 9 van hetzelfde hoofdstuk lezen we: “En alle levende wezens die er wemelen, zullen leven, overal waar de beek komt, en er zal zeer veel vis zijn, want als dit water daarheen komt, dan wordt (het water van de zee) gezond. Overal waar de beek komt, zal alles leven.” 

Symbool van Gods liefde

Een andere voor de hand liggende reden voor deze positionering van het huis des Heren is gelegen in het feit dat Christus’ wederkomst vanuit het oosten zal plaatsvinden (Mattheüs 24:27; Ezechiël 43:2).

Michael Wilcox legt heel treffend uit: “Tempels in de laatste dagen zijn de bron van een krachtige, zeer verfrissende rivier. Het is een rivier van vrede, openbaring, waarheid, licht en priesterschapsmacht. Maar boven alles is het een rivier van liefde. Een zorgvuldige bestudering van Lehi’s droom openbaart een tweede symbool dat net als de vruchten van de boom des levens de liefde van God vertegenwoordigt. Nephi zag dat ‘de roede van ijzer … voerde naar de bron van levende wateren, … welke wateren een zinnebeeld zijn van de liefde Gods’ (1 Nephi 11:25). Deze bron van liefde stroomt uit de deuren van de tempels” (House of Glory, p. 41).

Symbool van een kompas

Ook wordt in verband met de rivier in Genesis de geografische positionering van de tempel wederom bevestigd (zie het artikel over de Oostelijke ingang). De splitsing van de rivier in “vier stromen” (Genesis 2:10) is namelijk een rechtstreekse verwijzing naar de vier windrichtingen.

Om met de woorden van Dr. Hugh W. Nibley van de Brigham Young University te spreken: “De tempel is een referentiepunt, een plaats waar men zijn positie bepaalt in het universum.” 

De groepering van de twaalf ossen onder de doopvont die zich in de tempel bevindt benadrukt dit beeld van een kompas. Met recht noopt elke tempelgang ons dan ook tot reflectie of we ons nog steeds op het “enge en smalle pad” bevinden dat we bij de doop beloofd hebben te volgen en “dat tot het eeuwige leven voert” (2 Nephi 31:17-18).