Aan weerszijde van de ingang van de Den Haag tempel bevinden zich twee hoge zuilen die doen denken aan die van de tempel van Salomo. Bij de bouw van die oudtestamentische tempel had koning Salomo een koperslager uit Tyrus ontboden, Chiram of Hiram geheten (waar de voornamen van kerkpioniers Hiram Page en Hyrum Smith aan zijn ontleend). Deze maakte naast een zee van gietwerk die op twaalf runderen stond ook twee bronzen zuilen die bij de voorhal van de hoofdzaal werden opgesteld.

Symbool van koningschap

pilarenBeide zuilen ontvingen van Chiram een symbolische Hebreeuwse naam. “Toen hij de rechterzuil opstelde, noemde hij haar Jakin; toen hij de linkerzuil opstelde, noemde hij haar Boaz” (1 Koningen 7:21). Rechts en links is in deze Schrifttekst vanuit de tempel bezien oftewel zuidelijk en noordelijk. Jakin betekent “Hij zal vestigen” en Boaz betekent “in Hem is kracht”. Beide betekenissen zijn nauw verbonden met het begrip koningschap.

In woorden die overeen lijken te komen met de betekenis van Jakin zei de Heer over koning David: “Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd” (2 Samuël 7:16); en “Met mijn uitverkorene heb Ik een verbond gesloten, aan mijn knecht David heb Ik gezworen: Voor altoos zal Ik uw nakroost bevestigen, en uw troon bouwen van geslacht tot geslacht” (Psalmen 89:4-5). Voorts beloofde de Heer aan David’s zoon en troonopvolger koning Salomo: “Ik zal zijn koningschap bevestigen …, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen” (2 Samuël 7:12-13).

Op dezelfde wijze lijken de volgende woorden overeen te komen met de betekenis van Boaz: “De HERE is Koning. Met majesteit heeft Hij Zich bekleed; de HERE heeft Zich bekleed, Hij heeft Zich met kracht omgord” (Psalmen 93:1); “de HERE heeft de hemel gemaakt; majesteit en luister zijn voor zijn aangezicht, sterkte en glorie in zijn heiligdom” (Psalmen 96:5-6).

Gebaseerd op deze passages lijkt de zuidelijke zuil Jakin verbonden te zijn met de koning van Israël en de noordelijke zuil Boaz symbolisch te zijn voor de Koning der koningen (Openbaringen 19:16) ofwel de Heer. Dit wordt bevestigd in het Oude Testament, want tijdens de kroning van David in de tempel “stond de koning bij zijn zuil aan de ingang” (2 Kronieken 23:13; zie ook 2 Koningen 11:13-14; 2 Kronieken 34:31). Dat de noordelijke zuil Boaz werd geassocieerd met de Heer blijkt uit een tekst die duidelijk maakt dat Gods troon gezeteld was “op de berg der samenkomst ver in het noorden” (Jesaja 14:13).

De zuilen bij de ingang van de tempel benadrukken dat zij die er binnengaan het paleis van de Koning (Boaz) betreden en zelf ook tot “een koninklijk priesterschap” (Jakin) (1 Petrus 2:9) behoren. “Zij zullen als koningen heersen op de aarde” (Openbaring 5:10) door het onderricht en de voorbereiding die zij in het huis des Heren ontvangen.

“Want als u wilt dat Ik u een plaats geef in de celestiale wereld, moet u zich voorbereiden door de dingen te doen die Ik u heb geboden en van u heb vereist,” zegt de Heer. “Opdat u de kroon zult bereiken die voor u is bereid, en tot heerser zult worden gemaakt over vele koninkrijken” (Leer en Verbonden 78: 7,15).

Symbool van erfdeel in Gods koninkrijk

Dat een tempelpilaar symbolisch duidt op een erfdeel in Gods koninkrijk blijkt ook uit de volgende nieuwtestamentische tekst: “Houd vast wat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme. Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan” (Openbaring 3:11-12). Het blijvende karakter en eeuwige heil wordt tevens benadrukt in deze tekst.

Symbool van verbonden

Nadat de Heer aan Jakob verschenen was in een droom waarin hem de beloftes, die zijn vaderen Abraham en Isaak ontvangen hadden, bevestigd werden, zei hij: “Waarlijk, de HERE is aan deze plaats, en ik heb het niet geweten. En hij vreesde en zeide: Hoe ontzagwekkend is deze plaats. Dit is niet anders dan een huis Gods, dit is de poort des hemels. De volgende morgen vroeg nam Jakob de steen die hij onder zijn hoofd gelegd had, stelde die tot een opgerichte steen en goot er olie bovenop” (Genesis 28:16-18). De Statenvertaling spreekt over ‘een opgericht teeken’ in plaats van ‘een opgerichte steen’. De opgerichte steen diende dus als een monument of gedenkteken van die gebeurtenis. In de Engelse King James bijbel wordt het woord ‘pillar’ ofwel zuil gebruikt.

Jakob noemde die heilige plaats vervolgens Betel (Hebr. voor huis van God). “En Jakob deed een gelofte: Indien God met mij zal zijn, en mij behoeden zal op deze weg, die ik ga, mij zal geven brood om te eten en klederen om aan te trekken, en ik behouden tot mijns vaders huis wederkeer, dan zal de HERE mij tot een God zijn. En deze steen, die ik tot een opgerichte steen gesteld heb, zal een huis Gods wezen, en van alles wat Gij mij schenken zult, zal ik U stipt de tienden geven” (Genesis 28:20-22). Voor Jakob was het een heilige plek waar hij beloftes van de Heer ontving en een gelofte aflegde ofwel een verbond met de Heer sloot. Dit is precies waar tempels voor bedoeld zijn.

Zelfs zo’n 1200 jaar later werd dit principe nog steeds door het verbondsvolk gehandhaafd. Josia, één van de weinige rechtvaardige koningen van het koninkrijk Juda (de tien stammen van het noordelijke koninkrijk waren toen al weggevoerd), verzamelde, in een laatste poging om de inwoners tot rechtvaardigheid te bewegen, al de oudsten van Juda bij het huis des Heren. “Toen ging de koning staan bij de zuil [lees: de zuidelijke zuil Jakin] en sloot een verbond voor het aangezicht des HEREN, dat men de HERE zou volgen” (2 Koningen 23:3).

Ook tegenwoordig herinneren de zuilen aan weerszijde van de ingang van de tempel ons aan de heilige verbonden die daar gesloten worden.

Symbool van Gods tegenwoordigheid

De twee zuilen doen ook denken aan twee andere kolommen die in de Engelse King James bijbel wederom ‘pillars’ genoemd worden. In Exodus lezen we over het verbondsvolk: “De HERE ging voor hen uit, des daags in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten, zodat zij dag en nacht konden voortgaan. Zonder ophouden bleef de wolkkolom des daags en de vuurkolom des nachts aan de spits van het volk” (Exodus 13:21-22). De symboliek van de twee pilaren aan weerszij van de ingang van de Den Haag tempel wijst er dus ook op dat Gods tegenwoordigheid voortdurend in dat huis zal zijn (Leer en Verbonden 109:12).

Wat het oudtestamentische beeld van een Jakin en Boaz bij de ingang van de Den Haag tempel versterkt is dat de tempeldeur, net als de oorspronkelijke zuilen, van koper gemaakt is, uitgevoerd met een massief bronzen handvat.